De Dominicanessen van de H. Catharina van Siëna werden in 1841 opgericht door de zussen Lucia en Elisabeth Pinkers. In Rotterdam begonnen zij met de zorg voor ouderen in een ‘Liefdesgesticht’ aan de Schie, maar al snel namen ze ook de zorg voor een weeshuis op zich. Deze combinatie van werkzaamheden zou kenmerkend blijven voor de congregatie: gezondheidszorg en onderwijs. In de negentiende eeuw stond de zorg voor wezen en ouderen centraal, maar vanaf 1900 breidden de zusters hun werk uit met scholen, een internaat voor schipperskinderen en gespecialiseerde vormen van zorg, zoals in het TBC-sanatorium Berg en Bosch. In 1888 werd Huize Bijdorp in Voorschoten het moederhuis van de congregatie. In de volksmond heten de zusters sindsdien ‘Dominicanessen van Voorschoten’.
Een jaar eerder vertrok de eerste zuster naar de Nederlandse Antillen. De zusters Dominicanessen speelden een belangrijke rol bij de opbouw van de gezondheidszorg op de Antillen. Ze waren actief op alle Nederlands-Caribische eilanden, behalve Bonaire. Zo werkten de zusters in het St. Rosa hospitaal, het enige ziekenhuis op St. Maarten. Daarnaast openden ze scholen op Saba en St. Eustachius en werkten in de wijkzorg via het Wit-Gele Kruis.
Een aantal fotoalbums over de werkzaamheden van de zusters op de Antillen is geselecteerd binnen het Metamorfoze digitaliseringsproject ‘Slavernijverleden Digitaal’. Dit project richt zich op archieven en collecties met betrekking tot het slavernijverleden en de doorwerking daarvan. Een belangrijk deel van de missiearchieven over de Nederlandse Antillen en Suriname die in het Erfgoedcentrum worden bewaard, is over enige tijd digitaal te raadplegen. De fotocollectie van de zusters die nu online verschijnt, biedt alvast een voorproefje.
